HISTORIEK

Eind de jaren ‘50 startte André Arnout een darmverwerkingsbedrijf op.
 
Het afval van deze darmbewerking werd naar een ander dierlijk afval verwerkend bedrijf gebracht.  Daar die fabriek na een aantal jaar een vergoeding vroeg voor de verwerking van dit afval, begon André Arnout zelf zijn afval te verwerken.
 
Met een kleine kookketel slaagde hij erin zelf vleesbeendermeel te produceren.  Al vlug kwam er uitbreiding en verwerkte hij ook het dierlijk afval van andere leveranciers.
 
Fabricatie van veevoedergrondstof werd toen de hoofdactiviteit.

In 1972 werd de éénmanszaak omgevormd tot een naamloze vennootschap : Arnout N.V.

N.V. Arnout groeide verder uit tot een onderneming die ruwe dierlijke vetten, ruwe beenderen en halffabrikaten verwerkt tot 
gesmolten vet en vleesbeendermeel.  Deze producten vinden voornamelijk hun afzet in de veevoeders, petfood, meststoffen en oleochemie sector.
 
Binnen de sector heeft N.V. Arnout zich altijd onderscheiden door haar extractie.  Hierdoor kan het vleesbeendermeel tot 10 % verder ontvet worden.
 
In 1991 werd Arno – Proteïn & Fat N.V. opgericht. Deze firma staat in voor het transport van de ruwe grondstoffen en de eindproducten.
 
Begin 2008 kwam een fusie tot stand met Belgras met een naamsverandering tot gevolg : Fapro N.V.
 
In het voorjaar van 2008 werd uiteindelijk beslist om enkel nog dierlijk afval afkomstig van varkens te verwerken.
 
In 2011 werd de naam van Belgras veranderd in Progra. Fapro en Arno samen stellen een 45-tal werknemers tewerk.